Een interview met Emin DEMİRTAS ''Ons doel is bewustwording creëren!"
''Ons doel is bewustwording creëren.''
Onze burgers die naar verschillende Europese steden migreerden, bouwden moskeeën om hun cultuur en religie in Europa te behouden. Hoewel ze de taal, religie en cultuur niet kenden, is er een generatie die zich met succes heeft aangepast aan de land waar ze toen kwamen. De eerste jaren, was de doel van deze mensen het alleen maar geld sparen, trouwen, een gezin samenstellen,.. Hoewel veel van onze mensen, van vroeger tot nu, naar hun vaderland hebben verlangd, hebben ze non-stop gewerkt voor toekomstige generaties en onze moskeeën en organisaties opgericht die vandaag in verschillende steden van Europa bestaan.
We hebben een heel speciaal interview gehouden met Emin Demirtaş uit België.
1) Kunt u wat meer vertellen over uzelf? Wie is Emin Demirtaş, waar komt hij vandaan en wanneer is hij naar België gekomen?
Ik kom uit Aydın Soke. Ik kwam in 1974 naar België. Ik werkte als arbeider in een mijn. Ik ben gepensioneerd in 1999. Voordat ik naar België kwam, kwam ik op bezoek naar mijn broer als toerist in Nederland en bleef daar een jaar.
2) Wanneer u naar Europa kwam, was u 24 jaar oud. Welke verschillen ziet u tussen de jeugd van toen en de jeugd van nu? Hoe waren de religieuze praktijken?
We waren net aangekomen, we moesten hard werken, wat de klus ook was. Mijn werk was heel hard. In die jaren waren er geen islamitische studies, er was hier zelfs geen vestiging van BIF. Er waren nieuw opgerichte moskeeën. De jeugd van die tijd waren zeer weinig. Degenen die uit Turkije kwamen, waren volwassen en werkten als arbeiders. De kinderen van de arbeiders, zijn hier opgegroeid. Helaas was er toen niet veel ontwikkelingen op het gebied van de islam. Er waren geen boeken, geen leraren, zelfs geen telefoons. Pas later kwamen er islamitische ontwikkelingen, moge Allah tevreden zijn met degenen die het deden. We brachten elk jaar tijdens Ramadan een leraar uit Turkije. Toen ik kwam, waren er niet echt mensen.
3) U bent naar een land gekomen waar u de religie, taal en cultuur niet kent. Wat was uw grootste uitdaging?
Het grootste probleem dat ik hier in Europa voor mezelf tegenkwam, was het gebrek aan de islamitische studie.
4) Wanneer en hoe heeft u deze organisatie ontmoet? Hoe was de situatie van de BIF in Europa op dat moment?
Ik ontmoette BIF in 1978. Wijlen Hasan hodja was in Brussel, we hadden ook een hodja in hodja in Beringen, Tosun Torun, hij is vorig jaar ook overleden. Nadat we hem met een paar andere mensen hebben ontmoet, zijn we begonnen met het langzaam vastleggen van onze BIF-identiteit. We hebben het moeilijk gehad vanwege onze islamitische identiteit. Omdat onze moslimbroeders in die jaren een standpunt tegen ons innamen. In mijn toespraken zeg ik tegen jonge mensen: "Je bevindt je nu in een situatie zoals in de hemel". We hebben leraren, verenigingen, organisaties, gesprekken, alles ligt onder onze voeten en nu zijn er allerlei kansen. Nu staat alles klaar, maar toen zag de situatie er helemaal anders uit.
5) Kunt u wat meer vertellen over jullie activiteiten op dat moment?
We lazen de koran in de moskee. Eén iemand was aan het lezen, terwijl de ander aan het luisteren was. We waren onszelf aan het opleiden. Degenen die Koran lezen, lazen het luidop voor aan degenen die het niet wisten. We waren met 9 à 10 mensen. Wegens de toenmalige administratie kregen diegenen die uit uit Turkije kwamen een voorrang. Onze bijnaam was bebaarde mannen. Onze broer Hasan Damar bracht het altijd ter sprake. Degenen die hier uit het buitenland zijn gekomen, kwamen hier vroeger met hun christelijke en joodse priesters en rabbijnen. We kwamen namelijk zonder toezicht naar hier. We vonden bijvoorbeeld een huis om te bidden, we vonden onderdak van een fabriek en verrichtten zo het Eid-gebed. De BIF-beweging was toen net begonnen, we waren nog niet bekend. We probeerden iets te doen met onze eigen inspanning.
6) Wat was de eerste opdracht die u aannam? Kunt u ons daarna wat meer vertellen over uw werk beschrijving bij BIF?
In 1979 werd ik hoofd van de vereniging van de moskee aangesloten bij de Religieuze Zaken in Beringen. Ik heb daar een jaar gewerkt. De tweede jaar hebben wij de de verkiezingen verloren, vanwege negatieve werken tegen ons en moesten we ons terugtrekken. We zeiden: wat doen we? We hebben besloten om Hasan Hodja te ontmoeten en hier een plaats in te nemen. BIF werd toen nieuw opgericht in Europa onder de naam “European Milli Gorus Organizations”. De eerste president was dr. Zeynel Abidin. Tijdens mijn voorzitterschap van de vereniging kwam Hasan Damar broer en wijlen Hasan Hodja naar Beringen. Ze belden me op. In de verenigingskamer vertelde Dr. Zeynel Abidin me meer over gehoorzaamheid aan bevelen. Hij las ook verzen en hadiths voor. Sinds die dag is ons opdracht, om islam levend te houden op de manier van Allah en Zijn Boodschapper. We hebben destijds een plek gevonden recht tegenover de moskeevereniging en die gekocht. We zijn daar begonnen met onze activiteiten, met een klein groep mensen.
7) Als u het verleden met het heden vergelijkt, wat voor verschillen ziet u over het algemeen, zowel op het vlak van religieuze studies als de gemeenschap?
Er is iets dat ik vooral tegen jonge mensen wil zeggen. Ik vergelijk het werk dat we toen als BIF deden met het werk van de profeet tijdens de Mekkaanse periode. Net zoals ze in het geheim aan het bidden, prediken en uitleggen van de islam waren; we waren hetzelfde. We gaven 's ochtends les, lazen de catechismus, hadith, de koran en onderwezen dan degenen die het niet wisten. We kregen de bijnaam ‘bebaarde mannen’ vanwege de religieuze werken.
Alhamdulilah, we waren met weinigen in die tijd, maar we waren zo'n bewuste gemeenschap, niemand kon ons tegenhouden, en we hebben geen stap terug gezet. Alhamdulillah, we zijn nu met een grotere groep in Europa, samen met mijn bewuste broeders en zusters, hebben we overal verenigingen opgericht. Dit succes is het resultaat van onze inspanningen. Het was een werk met heel veel oprecht. Onder ons was niemand universitair afgestudeerd. In die tijd kwamen er leraren en moefti's die uit Turkije, zij waren opgeleide mensen. We smeekten hen: 'Kom, leer ons iets, laten we dit werk samen doen'. Ze wouden zich niet als kandidaat stellen, vanwege de situatie van de Turkse regering op dat moment. Mensen uit het dorp, die analfabeet of minder geletterd zijn, zijn samengekomen om deze verenigingen op te richten. Zo zijn we gekomen tot op de dag van vandaag.
8) U sprak over de bewuste gemeenschap. Welnu, als u naar de huidige jeugd kijkt, gaat dit bewustzijn dan nog steeds door? Of ziet u de tekortkoming? U bent met weinig mensen begonnen en hebt ondanks alle ontbering veel bereikt. Wat zou u willen zeggen?
Televisiezenders bestonden in onze tijd niet. Er was geen mobiele telefoon of internet. Als een jonge man naar ons toe zou komen, bracht hij al zijn tijd in de moskee. We hadden werken rond de bewustwording. Ik gaf zes dagen per week les. Zelfs als er 3, 5 of 10 mensen kwamen, bleef ik die lessen geven. We hadden zo'n vastberadenheid. We hadden maar een handjevol jonge mensen. De kinderen van toen vormen nu min of meer allemaal de fundamentele figuren van deze samenleving. Ik ben heel blij met de huidige jeugd; ik ben trots op hen, maar het bewustzijn bestaat tegenwoordig niet. Daarom vergelijk ik onze periode met de periode van Mekka. De Metgezellen zouden nergens een compromis over sluiten nadat ze voor onze Meester de Profeet waren gekomen, neerknielend en het woord-i-shahada brengend. Ik wil u een voorbeeld geven van Musab bin Umayr. Deze knappe jonge man van Mekka, heeft al zijn rijkdom achtergelaten nadat hij een moslim was geworden. Hij was altijd nabij onze Profeet. Ze hielpen islamitische studies uit alle macht en werden onderweg gemarteld. De Muhajirs van Mekka en de Ansars van Medina kunnen we niet met elkaar vergelijken. Het wordt ook vermeld in de Koran: "Kunnen de moslims uit het verleden en moslims van de toekomst hetzelfde zijn?" De jaren 80 en 90 waren voor ons de meest onrustige en turbulente tijden.
We hebben het congres van IGMG in onze grote moskee in Hannover georganiseerd. De naam was toen European Miili Görüs Organizations, en de moskee was niet eens vol. We verbleven er drie dagen. Alhamdulillah, nu zijn er honderdduizenden. De vrucht van het werk van de bewuste en trouwe gemeenschap wordt meerdere keren beloond door Almachtige Allah. Ik zeg, ben je op zoek naar een sjeik, maar vraag je het aan een heilige van Allah? Kus de handen en het voorhoofd van de jonge mensen die dagelijks 5 keer per dag bidden. Zij werken aan onze samenlevingen van vandaag. Dit zijn de grootste rechtvaardige dienaren!.. De jeugd van tegenwoordig heeft alles; geld, auto's en al het kwaad roepen hem op en trekken hem aan, maar als deze jongeman alles achterlaat en naar de moskee komt en werkt, is hij volgens mij de grootste dienaar van Allah.
9) Hoe leefde u toen en heeft u financiële problemen gehad?
Als er een vergadering was, hoorden we het geluid van armbanden, we vroegen ons af wat dit was. We probeerden zoveel mogelijk te doneren. Zelf in financieel moeilijke tijden, gaven we een deel van onze inkomen uit als donatie. We zeiden altijd: 'Elf maanden zijn van ons, één maand is om te doneren'.
Ik was werkloos en kreeg werkloosheidsgeld. Sinds ik de president was, kwam er elke zaterdag-zondag en doordeweeks bezoek bij ons huis. Ik had een auto en vier kinderen. Er waren zoveel zegeningen, het lukte ons om zowel donaties te geven, als op zomerverlof naar Turkije te gaan. De grootste reden, alhamdulillah, zijn deze werken die we hebben verricht. Zoals in de hadith van onze Profeet, "Je eigendom zal niet worden gecultiveerd totdat je geeft omwille van Allah." Een beetje liefdadigheid bespaart een hoop ellende. Het goede doel dat je niet geeft, zal 10 keer zoveel ergens anders vanuit gaan.
10) Hoe bent u begonnen met Hajj en Umrah-reis?
Mijn eerste bedevaart was in 1979. In 1992 werd ik het hoofd van het konvooi, dankzij Hasan Hodja. Toen gingen we met 67 mensen naar bedevaart. Tot 2014 ben ik zonder pauze doorgegaan. Daarna heb ik vanwege mijn ziekte twee of drie jaar een pauze genomen. In 2019 ben ik terug begonnen. Ik ben in totaal 60 keer gegaan; 24 keer voor Hajj, en 36 keer voor Umrah. Je wordt er nooit moe van, zelfs als het mijn laatste ademtocht is en ze nodigen mij uit, dan zal zeker ik weer gaan. Ik zou tijden de Hajj of Umrah-reis willen sterven. Ik zeg dat mijn gebeden alles waard zijn. Ik dank Allah, waar hij ook is, er is overal een kennis, hetzij van Hajj of Umrah.
11) Wat waren uw gevoelens tijdens de eerste en laatste reis? Wegens de pandemie zijn de reizen geannuleerd, hoe voelde u zich?
Mijn eerste bezoek ben ik bijna vergeten. In 1992, Ik ging met de konvooi mee. Als je de Kaaba voor het eerst ziet, voel je je in een droomwereld. Het is een ander gevoel om dat moment te beleven. Maar tijdens mijn alle bezoek, heb ik het gevoel dat ik nieuwe dingen leer. Het is alsof de huidige Hajj en Umrah gepresenteerd wordt in een gouden schaal. Vroeger was er geen toilet, geen eten, geen water, het was een heel moeilijke tijd. Mensen werden verwoest terwijl ze de duivel stenigen. Nu is alles natuurlijk veel beter. Toen was er geen snelweg van Mekka naar Medina, we gingen via Badr. Er was geen airconditioning in de bussen. Nu, alhamdulilah, onze organisatie doet haar best.
Maar toch, als ik de Ka'aba zie, is het alsof ik hem voor het eerst zie. Spijtig dat het in 2020 geannuleerd is. Degenen die toen niet zijn kunnen gaan, hebben er nu spijt van. Hoogstwaarschijnlijk komt er een leeftijdsgrens, de bussen zullen 25 personen zijn in plaats van 50 personen. Tawaf zal gemaakt worden in vorm van een afspraak...
12) Had u ooit gedacht dat het zo zou zijn?
Ik zou het nooit gedacht hebben. Tot nu toe was de Ka'aba nog nooit zo leeg geweest. Vroeger werden er tijdens rondgang/ Tawaf 30-40-50 duizend mensen, maar nu zeggen ze dat er hoogstens 5 duizend mensen mogen. Misschien 10 duizend. We weten het nog niet. Allah helpt ons wel. Moge Allah deze ramp van de mensen wegnemen, insha'Allah.
13) Kunt u een van uw herinneringen tijdens Hajj of Umrah met ons delen?
Er zijn veel herinneringen aangezien ik 60 keer naar Hajj en Umrah ben geweest. We verlieten Arafat tijdens de moeilijke tijden van de jaren negentig. We zullen pelgrims meenemen. Sommige brengen we te voet en sommige met de bus. De wegen waren zo druk, dat het beter was om te voet te gaan. Ik nam een van onze pelgrims mee in de bus. Ik zei dat ik in plaats van hem wel te voet zal gaan. Ik was dus samen met de voetgangers groep. We kwamen te voet, maar degenen die met de bus kwamen waren nog steeds onderweg. Toen waren de chauffeurs Egyptische mannen. Ze waren de weg kwijt. Ze kennen de in- en uitgang niet, ze konden het hotel ook niet vinden. De groep is pas ‘s nachts aangekomen. Onze pelgrim was erg boos, begon te roepen. Ik zie ik tegen de pelgrim 'gezegende man'. Toen gaf hij een antwoord en zei hij: "Je bent gezegend" (lacht). Hij was zo boos dat hij het beschouwde als een belediging. Oké, zei ik, laat me gezegend zijn, er zal niets gebeuren. Uiteindelijk is het mij gelukt om hem te overtuigen. Ik heb veel dingen meegemaakt.
14) Kunt u het eens kort samengevat vertellen?
Zo is ons leven verlopen en zijn we zo ver gekomen. Alhamdulillah, lof zij Allah, onze organisaties zijn vandaag de dag beroemd geworden over de hele wereld. Hier in Beringen waren we een klein organisatie. We zijn daarna gegroeid tot negen organisaties rond Limburg. Dus mensen uit Limburg kwamen hierheen. De jaren 80 en 90 hebben we heel erg hard gewerkt, maar bewust gewerkt, alhamdulillah. Onze leraar Erbakan (overleden), moge God hem genadig zijn, kwam bij ons. Hij hield conferenties, vergaderingen, algemene vergaderingen in Duitsland. Hij bracht professoren over de hele wereld. Moge Allah tevreden zijn met hem, met andere woorden, deze generatie zal hem niet vergeten tot de Dag des Oordeels. Hij was een bewuste persoon. Zelfs de negatieven waarderen het. Toen ik na zijn dood naar de begrafenis in Turkije ging, heb ik heel wat kranten verzameld. Geloof me, zelfs de meest dissidente kranten spraken over zijn standpunt. Een bewust persoon die de islam kent en leeft, heeft zijn hele leven gegeven voor de oprichting van een islamitisch systeem, en zijn bewustzijn heeft ons beïnvloed.
We zijn nu oud. Ik blijf aan het werk als regioconsulent. Ik heb met alle presidenten gewerkt. Als de presidenten wisselen, vragen ze "Emin, wil je blijven werken?" Zolang je me een taak geeft, zeg ik dat ik het voor de rest van mijn leven zal doen. Mijn weg is de koran en hadith.
Almachtige God, jonge mensen zoals u; Ik hoop dat onze jonge meisjes, jonge mannen en onze gemeenschap niet zullen ontbreken. Ik hoop dat God hen helpt. Moge God jullie kracht en inspanning geven. Jullie zijn degene die deze zaak zal leiden.
15) U had het net over iets moois. U zei u: "Er werden lessen gegeven over het bewustzijn." Welk advies zou u de jongeren van vandaag geven om de gemeenschap vast te houden?
We moeten iets vinden voor onze jongeren dat hen tot deze situatie kan aantrekken. Er zijn jonge mensen die naar onze gesprekken luisteren, maar het huidige systeem en internet hebben een grote invloed op onze gesprekken. We moeten zoveel mogelijk belang hechten aan de lessen over het bewustzijn van onze jongeren. Zonder bewustzijn kunnen we niets verwachten. Die jongeren moet zo worden opgevoed dat hij zich bewust moet zijn over de waarde van ouders in de koran, de omgeving, de profeet, de koran en zijn verantwoordelijkheden jegens Allah. Hierop moeten we ons concentreren. We moeten jonge mensen in die richting lokken, we moeten ze iets vertellen om hen te motiveren tijden de lessen. Een paar keer vertelde ik jongeren over onze werken die we in het verleden hebben verricht. Ze luisterden zwijgend.
Kortom, ons doel is om bewust te worden, bewust te worden en bewust te worden.
16) Tot slot, wat zou u willen zeggen?
Ik wil deze boodschap delen aan alle lezers, we moeten zoveel mogelijk werken op de weg van Allah en Zijn Boodschapper. Met andere woorden, tegenwoordig zijn er veel mensen die al hun macht gebruiken om de religie van de islam te vernietigen. Moslims over de hele wereld zijn met elkaar vermengd. Ze worden vervolgd. Daarom is het noodzakelijk om te werken: “Wat kan er gebeuren als ik alleen hiervoor werk?”, niemand mag dit zeggen. Onze profeet was ook helemaal alleen in zijn tijd. Alhamdulillah zijn we nu met miljarden. Er was één persoon in Beringen, toen werden we twee, daarna werden we vier. Ook met één persoon, kan er veel dingen gebeuren. Allah geeft iedereen de moeilijkheid die hij/zij kan dragen. We moeten doen, wat we kunnen doen. Het bewustzijn van de waarde van de spiritueel verrichte werken is heel speciaal, en het plezier daarvan ook.
Deze pandemie is ook de wijsheid van Allah. Na dit proces hoop ik dat onze organisaties zal terugkeren naar hun oude situatie.
Auteur
Fibif